EHRM bevestigt academische vrijheid in casus Turkse prof

Onur Bilge Kula doceerde Duits aan de Mersin University in Turkijke toen hij in 2001 gevraagd werd deel te nemen aan een TV-debat over identiteit in de EU en Turkije. De directeur en decaan van zijn instituut regeerde negatief toen hij zijn deelname aan het debat (en reis naar Istanbul) meldde, met het argument dat het onderwerp van het programma te ver staat van zijn expertise.

Kula nam echter toch twee keer deel aan het TV-programma, de tweede keer aansluitend op een academisch congres in Istanbul, waarvoor hij toestemming had gekregen om aanwezig te zijn. Er werd een disciplinaire procedure opgestart tegen de docent omwille van de niet-goedgekeurde deelname aan het TV-debat. De decaan van de faculteit legde hem als sanctie een loonsvermindering van 1/8e van zijn loon op. Na een beroep bij de rector van de universiteit werd de sactie omgezet naar een berisping.

Op basis van o.a. Artikel 9 (vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst) en Artikel 10 (vrije meningsuiting) van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) heeft Kula deze zaak aangekaart bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Op 19 juni 2018 heeft het EHRM haar uitspraak gedaan in deze zaak.

Het Hof volgt Kula en oordeelt dat de sanctie een schending is van zijn recht op vrije meningsuiting (Art. 10). Ook heeft men in de administratieve en juridische behandeling enkel gekeken naar de feitelijke aspecten, zonder de noodzaak van zulk een sanctie te bekijken in het licht van het argument van academische vrijheid dat de prof naar voor schoof. Gezien de Turkse rechters onvoldoende redenen hebben aangedragen voor zulk een betwiste inmenging door het universiteitsbestuur, is de behandeling van Kula niet in lijn met de principes van Art. 10.

In haar uitspraak bevestigd het Hof ook dat de casus duidelijk een impact had op de academische vrijheid van de academicus, die dient te genieten van vrijheid van meningsuiting en handelen, vrijheid om informatie te communiceren, evenals de vrijheid “to seek and unrestrictedly disseminate knowledge and truth”. Hoewel de disciplinaire sanctie (een berisping) uiteindelijk minimaal is, kan het volgens het Hof toch een impact hebben op zijn vrijheid van meningsuiting door een “chilling effect”, m.a.w. het impliciet ontmoedigen zonder echt te verbieden of sanctioneren.

Details online: pressrelease; details arrest Kula v. Turkey, application no. 20233/06.



Graag jouw reactie, vraag of ervaring!