Hervorming financieringsmodel: smeekbeden en dovemansoren

Een open brief aan de Vlaamse rectoren over de ratrace van het financieringsmodel, gaf aanleiding tot twee maanden aan opiniestukken, VRT-debatten en open brieven. Bij het KU Leuven-bestuur lijkt echter weinig animo om over het financieringsmodel na te denken.

In februari richtte Jan Dumolyn, vakbondsafgevaardigde voor ACOD aan de UGent, zich in een open brief aan de nieuw verkozen lichting rectoren, met de smeekbede ons te redden van de ratrace aangejaagd door het financieringsmodel hoger onderwijs en onderzoek. De huidige groep rectoren werd nl. mee verkozen op basis van programmapunten over de negatieve effecten van het financieringsmodel, en Dumolyn roept hen samen met de Vlaamse regering dan ook op “om radicaal de koers te wijzigen”.

De brief, ondertekend door bij ACOD aangesloten docenten aan verschillende Vlaamse universiteiten, krijgt ondertussen reeds twee maanden lang weerklank in vervolg-editio’s, opiniestukken en open brieven. Zo nemen Jan Tytgat (KU Leuven) en Wouter Duyck (UGent) de door het concurrentieel financieringsmodel veroorzaakte verspilling van onderzoekstijd op de korrel, waarbij Duyck pleit voor een groter aandeel niet-competitieve financiering. Een gelijkaardige lans voor meer niet-competitief toegewezen onderzoeksmiddelen breekt Koen Schoors (UGent), met het argument dat competitie in onderzoek enkel de tredmolen aanzwengelt, niet de innovatie versterkt of allocatie verbetert. Vanuit de bezorgdheid over deze “ratrace” waarin onderzoekers gedwongen worden, vraagt de Jonge Academie dan ook de Vlaamse regering om de financieringsmodellen te herzien.

Disfunctioneel ‘marktmodel’

In de opiniestukken en media-interventies legt men naast de rode lijn van de disfuncties van het concurrentiële “marktmodel”, ook verschillende accenten qua knelpunten en oplossingen. Patrick Loobuyck (UA) wijst zo bijvoorbeeld op neveneffecten van het financieringsmodel zoals druk richting het ‘masseren van gegevens’ en uiteindelijk wetenschapsfraude. In een door postdoctorale onderzoek(st)ers breed ondertekende oproep wijst Jeroen Wijnendaele (UGent) op de problematische druk en bedenkelijke loopbaanperspectieven voor jonge onderzoekers.

Naar het Vlaams Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) toe pleit Nicolas Standaert (KU Leuven) voor combinatie van basisfinanciering en een transparant loterijsysteem — en pleidooi dat nog meer pertinent geworden is na onderzoekswerk van Apache.be over FWO-commissiesamenstelling en slaagkansen. Bruno Blondé (UA) en Marlies Van Bael (UHasselt) erkennen als lid van de Raad van Bestuur van het FWO de nood aan extra financiering voor fundamenteel onderzoek, maar wijzen dan weer de claim af dat de toewijzing van FWO-middelen niet-transparant of bevooroordeeld gebeurd. De oproep voor meer investeringen in onderwijs en onderzoek middelen lezen we zowel bij de leden van de Jonge Academie, als bij de vakbonden in hun eisenpakket aan Minister Crevits.

Tenslotte leidt het vertrek uit de unief van onderzoekers die (kritisch) actief zijn in het publiek debat tot opiniestukken heen-en-weer over de link tussen het financieringsmodel, het behouden van ‘eigen’ vs. buitenlandse onderzoekers, en de (gebrekkige) erkenning die men krijgt voor maatschappelijke dienstverleningstaken. Bijvoorbeeld door Stijn Baert (UGent/UA) & Wouter Duyck (UGent), de Slow Science-beweging, en Peter Van Nuffelen (UGent). De bezorgdheid van o.a. Baert & Duyck over het vertrek van kritische stemmen uit uniefs, roep voor Marc Reynebeau (DS) de vraag op of dat niet ingebakken zit in het Europees Bologna-model. Dit model spoort universiteiten sinds 1999 doorheen “een eng economisch concurrentiebegrip slechts aan tot neoliberale volgzaamheid en eenheidsdenken“, aldus Reynebeau.

Ontslagbrieven en acties in Nederland

Deze discussie, uitwaaierend over verschillende subthema’s, maar met een kern van frustraties over het concurrentieel financieringsmodel, is niet uniek voor Vlaamse universiteiten. Zo schreven we reeds over de protestgolf in Nederland in het najaar rond het universitair financieringsbeleid, en net als in Vlaanderen kruipt men de afgelopen maanden hierover in de pen.

Bijvoorbeeld Eelco Runia (Rijksuniversiteit Groningen) hekelt in zijn “ontslagbrief” in het NRC Handelsblad de marktwerking, administratieve overlast en de uitwassen van een universitair bestuur verblind door o.a. verengelsing en campussen in China. Afgaand op de opiniestukken die er op volgende, raakte de beschrijving van Runia een gevoelige snaar bij zijn Nederlandse collega’s, zelfs als ze er uiteindelijk voor kiezen om wél aan de unief te blijven (en het van binnen uit proberen te veranderen).

“De roofbouw op wetenschappelijk personeel moet afnemen” — Ingrid Robeyns, Universiteit Utrecht

Ingrid Robeyns, hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht,  is ondertussen al die opiniestukken en petities wat beu, en roept op voor een ‘witte staking’. Niet het werk volledig neerleggen, maar enkel de uren volgens je contract werken, als signaal dat “de roofbouw op wetenschappelijk personeel moet afnemen”. Ook de actiegroep #WOinactie, vooral in gang getrokken vanuit de Universiteit van Amsterdam, is zich aan bezinnen wat het vervolg moet zijn op hun petitie-actie in december. Deze massaal ondertekende petitie voor betere financiering binnen de eerste pijler kreeg wel weerklank vanuit individuele universiteitsbesturen, maar aan de Nederlandse beleidszijde lijkt weinig te bewegen. Als het kabinet niet beweegt is een volgende stap voor #WOinactie stakingen en acties, maar hoe en wanneer is nog onduidelijk.

Deze moeilijkheid om gedeelde analyses en frustraties m.b.t. het financieringsmodel om te zetten in (collectieve) actie, is iets een pijnpunt waar Marijtje Jongsma van de Nederlandse wetenschapsvakbond Vawo van wakker ligt. “Academici zijn individueel ingesteld en heel moeilijk als groep te mobiliseren, terwijl er wel een grote behoefte bestaat om iets aan de misstanden te doen”, aldus Jongsma in DUB. En met terugvallende ledenaantallen aan de Nederlandse universiteiten verliezen vakbonden verder aan mobilisatie- en slagkracht, terwijl volgens Jongsma juist gezamenlijk georganiseerde strijd nodig is.

Weinig animo bij KU Leuvenbestuur

Hoe reageert ons universiteitsbestuur na twee maanden aan opiniestukken, VRT-debatten en open brieven over de nood aan hervorming van het financieringsmodel? Samengevat: bekommerd om mogelijke negatieve gevolgen, maar weinig animo om het financieringsmodel te (her)bekijken.

Samen met de directeurs van de verschillende KU Leuven-doctoraatsscholen kroop rector Sels in de pen voor een reactie op het stuk van Jeroen Wijnendaele en postdoc collega’s. Vooral de claim dat een financieringsmodel met weinig loopbaanperspectieven “kennisvernietiging” betekent, kan op weinig begrip rekenen. Voor Sels en collega’s betekent het groot deel gedoctoreerden dat niet aan de unief blijft, juist een kennistransfer naar de samenleving.

De reactie van de rector en medebestuurders raakt zo echter niet echt aan de meer fundamentele, rode draad doorheen de waslijst aan opniestukken en media-interventies: het disfunctionele concurrentie-aspectie van het het financieringsmodel hoger onderwijs. Tijdens de rectorverkiezingen in 2017, had hij hier echter meer oog voor. Zo onderschreef hij mee de problemen van een doorgedreven (intern) competiemodel, als antwoord op de vragen in ons syndicaal tienpuntenprogramma:

“Aan de KU Leuven ligt de klemtoon vooral op competitie. Competitie is belangrijk, maar dat betekent niet dat meer competitie beter is. Ze schiet haar doel voorbij als voor elke euro gestreden moet worden. Dat leidt tot aanvraagmoeheid en onbenut potentieel.” — Luc Sels

Tijdens de rectorverkiezingen publiceerde collega’s ook een breed ondertekende brief met een pleidooi voor basisfinanciering, waarbij de ondertekenaars hoopvol waren dat met de verkiezing van een nieuwe bestuursploeg hier mogelijk beweging in komt.

Sinds de rectorsverkiezingen is het over dit thema echter stil gebleven vanuit het nieuwe bestuur. Vragen of het niet niet nodig dat de KU Leuven zich — als grootste universiteit in Vlaanderen — engageert om mee het interuniversitair financieringsmodel te herzien, worden lauw ontvangen. Zowel op de Ondernemingsraad van november 2017, als op de VAPL Algemene Vergadering van januari 2018, krijgen ACV KU Leuven-vertegenwoordigers hierop van de rector een vriendelijk maar afwijzend antwoord. Ook vicerector Onderzoeksbeleid Reine Meylaerts laat er in Veto weinig twijfel over bestaan dat het idee om via een basisfinaciering KU Leuven-intern het concurrentie-aspect te verminderen, waarschijnlijk niet veel verder geraakt dan een open brief.

Dit alles betekent dat, net zoals in Nederland, we na maanden aan opiniestukken en open brieven best moeten nadenken hoe we het pleidooi voor een minder disfunctioneel ‘marktmodel’ van financiering kracht kunnen bijzetten. Als grootste vakbond aan de KU Leuven, met collega-vertegenwoordigers aan alle Vlaamse universiteiten, hopen we met ACV KU Leuven mee aan deze kar te kunnen trekken.



Graag jouw reactie, vraag of ervaring!