De Grote Pensioenroof: interview met Kim De Witte

In april en mei leerde, informeerde en mobiliseerde ACV KU Leuven mee voor een rechtvaardig pensioenbeleid. Onder druk van o.a deze nationale vakbondsacties begint minister van Pensioenen Bacquelaine zijn staart in te trekken, en kondigde aan dat een pensioen met punten niet voor deze legislatuur zal zijn: hét moment om de druk hoog te houden, bv. op de komende actiedag 2 oktober. Een van de meest prominente en kritische stemmen in dit pensioendebat is Kim De Witte, gedoctoreerd aan de KU Leuven, lijsttrekker PVDA, en auteur van het recent verschenen boek “De Grote Pensioenroof“. We spraken met Kim over zijn boek, over pensioenongelijkheid aan de KU Leuven, en waar de strijd voor een degelijk pensioen naar toe gaat.


Waarom heb je dit boek geschreven?

Ik kreeg steeds meer berichten van mensen via mail en sociale media dat zij het niet zien zitten om langer te werken. Ze vinden het ook absurd dat ze 40 jaar lang bijdragen en dan een pensioentje krijgen van gemiddeld 1.250 euro. Mijn eigen vader heeft 42 jaar gewerkt en heeft nu een pensioen van 1.070 euro. Al deze verhalen bleven maar binnen komen, en op een bepaald moment besliste ik om daar iets mee te doen. Dat is dan dit boek geworden.

 

Waarom de titel “De Grote Pensioenroof”?

Omdat mensen wel degelijk beroofd worden van hun recht op pensioen. Dat gebeurt op twee manieren. Ten  eerste is er een hele generatie die haar leven lang sociale bijdragen heeft betaald aan onze sociale zekerheid, onder meer voor een fatsoenlijk pensioen, maar die nu langer moet werken voor een laag pensioen. Dat komt omdat de opeenvolgende regeringen steeds meer sociale vrijstellingen geven aan grote bedrijven. Volgens het Planbureau lopen de vrijstellingen in 2018 al op tot 16 miljard per jaar. Het gaat hier enerzijds over allerlei nieuwe loonvormen waarop geen of weinig sociale bijdragen worden betaald, zoals bedrijfswagens, aanvullende pensioenen, onkostenvergoedingen voor gsm en laptops. Anderzijds over rechtstreekse verlagingen van sociale bijdragen, zoals de taxshift die elk jaar zo maar eventjes 3,5 miljard euro uit onze sociale zekerheid haalt. Dit heeft tot gevolg dat men bepaalde rechten niet meer gefinancierd krijgt en mensen in feite beroofd worden van hun recht op rust en vrijheid op het einde van hun leven.

Ten tweede pusht men steeds meer mensen naar private pensioenverzekeraars, omdat de wettelijke pensioenen onbetaalbaar zouden zijn. En op die private pensioenmarkt worden de mensen een tweede keer beroofd. Het boek geeft voorbeelden zoals de Riesterrente in Duitsland, de aanvullende pensioenspaarfondsen in Polen, en de private pensioenen in de Verenigde Staten. De verzekeraars en financiële instellingen in die landen stoppen een belangrijk deel van de zuurverdiende pensioenspaarcentjes van de mensen in hun zakken. Zij krijgen daar dan ook nog eens extra subsidies voor ook. In Duitsland bijvoorbeeld, zal er tegen 2020 bijna 50 miljard gepompt zijn in subsidies voor private pensioenverzekeraars. Tegelijkertijd werden de wettelijke pensioenen afgebouwd, omdat iedereen een aanvullend pensioen zou krijgen. Maar als je nu de som maakt, dan zijn miljoenen Duitsers slechter af dan voordien.

 

De pensioenleeftijd is opgetrokken van 65 naar 67 jaar. Moéten we niet gewoon langer werken, omdat we ook langer leven?

Ja, de bevolking wordt gemiddeld ouder. Meer mensen leven een volledig leven, waar dat er vroeger meer mensen vroegtijdig stierven, zoals zuigelingen en kinderen. Nu worden 9 op de 10 mensen 60 jaar. De bevolkingspiramide is een gebouw geworden, je kan zeggen dat ze er nu uitziet als een appartementsgebouw. Maar bovenop dit appartementsgebouw staat nog steeds een piramide. Bijvoorbeeld, een minister leeft gemiddeld 10 tot 15 jaar langer en heeft op 60 jaar nog ongeveer een levensverwachting van nog eens 30 jaar. Echter, voor een bouwvakker is dat niet het geval. Op 60 jaar leeft deze gemiddeld nog 15 tot 20 jaar te leven. Gemiddeld 10 jaar minder, zo wijst recent Frans onderzoek uit.

 

Je wil zeggen dat we niet gelijk zijn voor de dood?

Inderdaad. Bouwvakkers, verpleegsters, industriearbeiders, poetsvrouwen leven gemiddeld een pak minder lang. En als je gaat kijken naar de gezonde levensverwachting – de gemiddelde leeftijd waarop mensen gezond blijven – dan lopen die verschillen op tot 20 jaar. De oorzaak ligt bij de werkomstandigheden, de leefomstandigheden, voeding, stress, toegang tot gezondheidszorg. Dit zorgt er voor dat mensen bovenaan de sociale ladder een stuk langer leven dan mensen aan de onderkant van de sociale ladder. Het boek brengt een hele resem getuigenissen van cipiers, spoorleggers, metaalarbeiders wiens ouders helemaal geen 80 jaar geworden zijn. Zij zijn gestorven op hun 70ste en vaak al zwaar ‘caduc’ vanaf hun 65ste of vroeger. Wanneer een Daniel Bacquelaine of een Vincent Van Quickenborne (minister en ex-minister van pensioenen, nvdr) dan komt zeggen dat “we” voortaan tot 67 moeten werken omdat “we” ook allemaal langer leven, dan zien heel veel mensen hun recht op rust en vrijheid aan het einde van hun leven dus verdwijnen.

 

Bacquelaine en Van Quickenborne zouden antwoorden dat zonder hervormingen onze pensioenen onbetaalbaar worden.

Ja, onze pensioenen gaan meer geld kosten. Neen, dat is niet onbetaalbaar. Wij geven vandaag 10,5% van ons BBP uit aan de pensioenen. Frankrijk, Oostenrijk, Italië en Portugal geven vandaag al 14 tot 15% uit aan hun pensioenen, Denemarken en Zweden geven 12,5 tot 13%. Volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing zouden onze pensioenen maximum 14,7% gaan kosten, zonder dat we moeten werken tot 67 jaar, zonder dat we het brugpensioen moeten afschaffen of de pensioenbonus moeten schrappen. 14,7% van ons BBP, dat is wat landen als Frankrijk en Oostenrijk vandaag al betalen aan hun pensioenen! Hoe kan dat dan onbetaalbaar zijn? Naast de pensioenen moeten we natuurlijk ook onze gezondheidszorg betalen. Dat is nu 8% van ons BBP en zal stijgen naar 10%. Maar de kinderbijslagen en de werkloosheidsuitkeringen gaan minder kosten, omdat er minder kinderen zijn en ook minder werklozen. De daling van de uitgaven voor de kinderbijslagen en de werkloosheid compenseert de stijging van de uitgaven voor de gezondheidszorg, aldus de Studiecommissie voor de Vergrijzing.

De pensioenen zijn wel betaalbaar, als we daarvoor kiezen. Nu laten we miljarden euro’s ontsnappen naar belastingparadijzen, geven we fiscale vrijstellingen aan zij die het niet nodig hebben, weigert de regering hardnekkig om een miljonairstaks in te voeren, terwijl verschillende studies aantonen dat dat een aanzienlijke som zou opbrengen die gebruikt kan worden om te investeren in pensioenen, in menswaardige zorg voor ouderen, in alternatieve energiebronnen, in openbaar vervoer. Allemaal dingen die we keihard nodig hebben en die ons als samenleving een pak rijker zullen maken. In plaats daarvan kiest deze regering om de onbetaalbaarheid van onze pensioenen verder te organiseren, door nieuwe miljardencadeaus zoals de taxshift. Dat is het drama van de laatste drie decennia. Je moet weten dat er halfweg de jaren 1990  serieuze overschotten zaten in de nationale pensioenkas, omdat er de decennia voordien veel meer bijdragen betaald werden dan uitgaven. In plaats van die overschotten te gebruiken voor de jaren nadien, heeft men ze weggeschonken. Een kleine toplaag van aandeelhouders, bedrijfsleiders, bankiers worden onfatsoenlijk rijk, een grote groep van medeburgers ziet zijn recht op rust en vrijheid aan het einde van zijn leven verdwijnen. Jammer genoeg maakt dat allemaal geen deel uit van het maatschappelijk debat over onze pensioenen. Er luidt maar één liberale klok en dat is die van de zogezegde onbetaalbaarheid.

 

Wat zou u doen als u minister van Pensioenen was?

Ten eerste moet de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd teruggedraaid worden. De verhoging van 65 jaar naar 67 jaar was gewoon fout. Een aantal landen, zoals Canada en Polen, hebben  dat al ingezien en deze verhoging tenietgedaan. Zij hebben nu terug een pensioenleeftijd van 65 jaar, omdat  ze inzagen dat werken tot 67 voor velen totaal niet doenbaar is. Justin Trudeau, de premier van Canada, noemde het een simplistische maatregel. Je lost er niets mee op, zo zei hij. Je creëert daar geen jobs mee, maakt geen gezondere mensen en geen werkbaar werk voor ouderen. Je stort mensen alleen in hun ongeluk. Weg ermee! Ten tweede moet de vervroegde pensioenleeftijd terug naar 60 jaar. Zoals ik eerder beschreef zijn mensen in bepaalde sectoren op 60 jaar opgewerkt. Er moet een recht zijn om dan te kunnen vertrekken. Ten derde moeten er terug landingsbanen komen vanaf 55 jaar. Want het is absurd dat men iedereen langer wil doen werken, maar tegelijk de mogelijkheid om zwaar werk te kunnen volhouden, met name landingsbanen, afbouwt. Dit is dus in een notendop het alternatieve plan “55-60-65” dat het boek verdedigt. Binnen dat kader kan je dan discussiëren over de echte zware beroepen. Bijvoorbeeld, een bouwvakker die op 16 jaar is beginnen werken, die heeft op zijn 58 jaar al 42 jaar gewerkt en zou dan op dat moment moeten kunnen vertrekken met brugpensioen.

 

Wat betekent dit voor de pensioenbedragen?

De minimumpensioenen moeten omhoog. Mensen die 40 jaar gewerkt hebben, hebben recht op 1500 euro pensioen. De pensioenen moeten ook meer aansluiten bij het loon, want momenteel is het pensioen in België  voor velen niet meer dan een armoedepensioen.  Ook de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen moeten we dringend aanpakken. Het boek besteedt daar een heel hoofdstuk aan.

Het sociale pensioenplan dat in het boek wordt voorgesteld zou op termijn 6,5 miljard euro per jaar extra kosten in vergelijking met vandaag. De helft daarvan kunnen we ophalen met een vermogensbelasting, de andere helft met een echte strijd tegen de grote fiscale fraude. De fiscale fraude in België wordt geschat op 30 miljard euro per jaar. Als we één tiende daarvan binnen halen, dan kunnen we onze pensioenen versterken. Met maatregelen zoals de invoering van een vermogenskadaster, het opheffen van het bankgeheim, transparantie rond alle financiële transacties en effectieve straffen bij grote fiscale fraude kunnen we al een heel groot stuk van de weg afleggen. Een vermogensbelasting kan – naar gelang de verschillende studies – 8 tot 11 miljard euro opbrengen, waarvan 3 miljard gebruikt kan worden voor de pensioenen.

 

Ook de discussie over zware beroepen is terug van nooit weggeweest.

Dat debat over zware beroepen wordt heel fout wordt gevoerd, want bijna alle beroepen zijn te zwaar om te werken tot 67 jaar.  Iedereen voelt dat. De vakbonden onderschrijven daarom het kader 55-60-65 zoals ik juist heb uitgelegd. Pas dan kan discussiëren over zware beroepen, zoals een bouwvakker die op zijn 58 jaar reeds 42 jaar in de bouw heeft gewerkt. Die  moet inderdaad de kans krijgen om op 58 jaar op brugpensioen te gaan. Dat is perfect betaalbaar.

 

U wijdt ook een apart hoofdstuk aan jongeren, die vaak in precaire, deeltijdse, of bepaalde duur-contracten terecht komen. Aan de KU Leuven zien we dat ook vaak in de vorm van jaarcontracten. Welke invloed heeft dit op de pensioenen?

Dat zal in vele gevallen desastreus zijn. Afhankelijk van het statuut zit je al snel aan 4 of 5 jaar met een beperkte opbouw van je pensioen. Eigenlijk zijn het de jongeren die het grootste slachtoffer zullen zijn van al deze pensioenhervormingen. Vele ouderen kunnen nog genieten van overgangsperiodes voordat de maatregelen definitief in werking treden. Maar jongeren zullen te maken krijgen met twee grote wijzigingen. Ten eerste, de structurele afbouw van het wettelijk pensioen, waarbij men mensen naar de private markt stuurt. Ten tweede, heel veel jongeren zitten, zoals je al zei, met precaire contracten, zoals interims of deeltijds werk. Hierdoor bouw je maar gedeeltelijke rechten op. Ook periodes zonder werk wegen zeer zwaar door voor de berekening van uw latere pensioen. Deze dubbele evolutie, de precarisering van de arbeidsmarkt en de structurele afbouw van het recht op wettelijk pensioen, gaat keihard spelen tijdens de oude dag van de jongeren nu.

We gaan naar Duitse toestanden. Daar heeft men in 2002 een puntensysteem ingevoerd. Dat systeem heeft de wettelijke pensioenen stapje voor stapje verlaagd. Nu, een dikke vijftien jaar later, zit het rijkste land van Europa met de grootste ouderenarmoede. Bijna 4 miljoen oudere Duitse werknemers die onder de armoedegrens leven. Een ware schande!

 

Hoe denk jij dan dat wij als vakbond jouw boek kunnen gebruiken in de strijd voor een goed pensioen?

Door het te lezen en te gebruiken op de werkvloer. Het boek beschrijft ook hoe de vakbonden in Canada en Polen de 67 jaar hebben terug gedrongen, hoe er in Duitsland steeds meer verzet komt tegen de pensioenhervormingen van weleer. We moeten vechten voor onze sociale rechten en we mogen ons niet laten verdelen. Op 67 jaar is elk beroep te zwaar. Dat is de kern. Dat moeten we blijven herhalen. Daarnaast moet de discussie over hoe we de welvaart eerlijker kunnen verdelen ook een plaats krijgen. Die discussie komt momenteel gewoon niet aan bod. Het debat is bijzonder eenzijdig: “We leven langer, dus kunnen we ook langer werken.”. Dit klopt  dus totaal niet. De bevolking wordt ouder, maar niet de mens. Daarmee wil ik zeggen dat de mens op genetisch vlak amper veranderd is de laatste 200 jaar. Het verouderingsproces is hetzelfde gebleven. We zijn dus helemaal niet in staat om plotseling langer te werken. Het is geen toeval dat in bijna alle landen de pensioenleeftijd tussen de 60 en de 65 jaar ligt. Dit komt omdat de overgrote meerderheid van de mensen op die leeftijd moe en opgewerkt zijn en zeker niet meer  het ritme van 30-, 40- of 50-jarigen aankunnen.

 

Wat denk je dan dat er concreet nog nodig is om deze maatregelen werkelijk tegen te houden? We hadden al een betoging in december van 40.000 mensen en op 16 mei waren er 70.000 betogers. Denk je dat deze manifestaties een invloed hebben gehad op het beleid?

Ja, zeer zeker! Na de tweede pensioenmars van 16 mei is het puntensysteem in de diepvries geraakt. Dit betekent niet dat het voorgoed van tafel is geveegd, maar dit kunnen we toch als een overwinning beschouwen. Rond de zware beroepen voel je dat de regering keihard twijfelt. We moeten blijven actie voeren. In heel Europa is er verzet tegen de afbraak van het recht op pensioen.  In Spanje is er een hevige strijd omtrent de invoering van een puntensysteem, waar we zien dat het de vrouwen zijn  die deze strijd trekken doordat zij daar ook met zeer lage pensioenen moeten overleven. Zij komen daar elke eerste zondag van de maand op straat. Ook in het Verenigd Koninkrijk is er een hele strijd op gang gekomen inzake pensioenen van de onderwijssector, zoals de hogescholen en universiteiten, waarbij we zien dat het onderwijzend personeel samen met de studenten actie voeren. Een heel goed voorbeeld is ook Oostenrijk. Daar hebben ze in 2003 drie grote pensioenmarsen gedaan op Wenen en zijn ze er in geslaagd om heel de samenleving te betrekken: de academische wereld, de vrouwenbeweging, de armoedeorganisaties, de jeugdverenigingen, de vakbonden, de ouderenorganisaties, enzoverder. De Oostenrijkse regering, toen een coalitie van het rechtse FPÖ met Jorg Haider en de christen-democraten, zijn moeten terugkomen op hun plan om de pensioenen te hervormen. Daardoor heeft Oostenrijk nog steeds één van de sterkste wettelijke pensioensystemen van Europa. Zo zie je dat verzet loont, altijd.

 

Kunnen we deze pensioenstrijd winnen?

Ja zeker, als wij er zelf in geloven, goed werken en geduld hebben. In Canada heeft het pensioengevecht  drie jaar geduurd, in Polen vier jaar. Je moet de mensen blijven informeren en mobiliseren. De pensioenkrant van de vakbonden was een schot in de roos. Ik hoop dat er een tweede editie komt. Ik zag ook heel veel jongeren op de betoging van 16 mei. Er was een goede sfeer. Dat moet ons energie en vertrouwen geven om verder te vechten.

 


Interview: Gunter Kathagen



Graag jouw reactie, vraag of ervaring!